Dirigent

Jeroen Geevers is een veelzijdige dirigent, die zijn carrière begon bij ‘Joop van den Ende theaterproducties/Stage Entertainment’. Voor deze producent dirigeerde hij een aantal grote musicals, zoals My Fair Lady, Evita, Joseph, Petticoat en Saturday Night Fever. Door zijn werk bij deze producties ontwikkelde hij zich in vele uiteenlopende stijlen, van klassieke operette tot popmuziek. Ook het samenbrengen van muziek, zangers, dansers en techniek heeft bijgedragen aan zijn ontwikkeling tot allround dirigent.

Jeroen volgde dirigeerlessen bij Jan Stulen en Arie van Beek. Tijdens de masterclass ‘lichte muziek’ stond hij voor het wereldberoemde Metropole Orkest.
Met zijn stichting Geevers Muziek Producties organiseerde hij ‘Tourorkest Rotterdam’, een projectorkest bestaande uit amateur- en beroepsmusici dat een concert verzorgde bij de doorkomst van de Tour de France in Rotterdam in 2015.

Binnen de harmonie- en fanfarewereld heeft Jeroen als vaste en interim dirigent verschillende orkesten onder zijn hoede gehad. Op dit moment is hij als dirigent verbonden aan Harmonie Kolpings Zonen te Bergen op Zoom en het Gerwens Muziekkorps.

Percussionist

Jeroen speelt als slagwerker in uiteenlopende gezelschappen. Hij is vaste percussionist van Neo-fanfare 9×13. Met dit gezelschap maakte hij de succesvolle voorstellingen Morendo (2016), Trance (2017) en Les Fauves (2019). Daarnaast remplaceert hij onder anderen bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Metropole Orkest. Ook is hij actief in de hedendaagse muziekpraktijk. Hij speelt regelmatig bij het ASKO/Schönberg Ensemble en het Doelen Ensemble.

Jeroen speelde in talloze musicalproducties, waaronder Evita, The Lion King, Aida, Mamma Mia! en Petticoat. Van 2012 tot 2016 was Jeroen als percussionist verbonden aan het Orkest van de Koninklijke Luchtmacht. Ook was hij als slagwerker/acteur te zien in de muziektheater voorstelling De Paraplu (2019).

Door het spelen van uiteenlopende stijlen en met verschillende ensembles, heeft Jeroen zich ontwikkeld tot een veelzijdig percussionist. Deze uitvoeringspraktijk en de samenwerking met veel interessante mensen is wat de muziekwereld voor hem zo inspirerend maakt.

Neo-fanfare 9×13

Arrangeur

De eerste arrangementen die Jeroen Geevers schreef waren uit nood geboren. Hij ging op zoek naar geschikte arrangementen voor de orkesten die hij dirigeerde, maar kon deze niet vinden. Daarom besloot Jeroen ze zelf te schrijven. Al snel raakte hij gefascineerd door het vak arrangeren/orkestreren. Vele opdrachten voor uiteenlopende bezettingen volgden.
Zo schreef hij arrangementen voor het Orkest van de koninklijke Luchtmacht, het Fanfarekorps Nationale Reserve (FKNR) en de Koninklijke Militaire Kapel Johan Willem Friso (KMKJWF), maar ook voor kleinere bezettingen zoals NEOS Brass en het Tentoon Ensemble.
In 2015 schreef Jeroen in opdracht van de Brabantse bond voor muziekgezelschappen de compositie ‘Harba Lorifa’ gebaseerd op het Brabantse volkslied ‘de hertog Jan’. Ook schreef hij de internationaal goed ontvangen show Run the world, Girls voor Showkorps Juliana Amersfoort.
Sinds 2017 is hij als arrangeur verbonden aan de Nederlandse Musicaldagen en het Festival orkest van het zuiden. Ook schreef hij de arrangementen voor het kadeconcert van de Nieuwe Philharmonie Utrecht en het zomerconcert van de Philips Harmonie Eindhoven en Björn van der Doelen.

Met de Nieuwe Philharmonie Utrecht heb ik in de afgelopen jaren bij verschillende gelegenheden arrangementen van de hand van Jeroen Geevers uitgevoerd, onder anderen tijdens het Kadeconcert bij de Weerdsluis in Utrecht voor een publiek van een paar duizend belangstellenden.
Telkens weer viel me op dat de arrangementen van Jeroen niet alleen fantastisch klinken, maar dat ze ook zo geschreven zijn dat er voor elke musicus in het orkest veel plezier aan valt te beleven. Dat geeft een heel fijne sound en heel veel speelplezier en dat maakt het werkelijk een feest om de arrangementen uit te voeren!
Johannes Leertouwer, chef dirigent NPU chef dirigent orkestklas Conservatorium van Amsterdam

Ik heb Jeroen Geevers bij de Philips Harmonie mogen ervaren als een zeer integere en aimabele man die in zijn arrangementen veel aandacht heeft voor cruciale timbres en details.
Hij heeft een goede grondige kennis van orkestratie werkt uiterst nauwkeurig.
Matty Cilissen, dirigent Philips Harmonie (NL) commandant-kapelmeester Koninklijke muziekkapel van de Luchtmacht (B)

Heb de eer en het plezier gehad een aantal arrangementen van Jeroen Geevers te mogen dirigeren. Ze waren stijlvol, effectief en fantasievol en ik was getroffen door de wijze waarop hij zowel oor heeft voor de mogelijkheden als de specifieke kleuren van de instrumenten.Van harte aanbevolen!!
Jules van Hessen, dirigent Maestro Jules Onthult! Chef-dirigent Philips Symfonieorkest

blog

valkuilen dirigent

timing uit twee werelden

In de huidige muziekpraktijk worden steeds vaker zogeheten cross-over projecten georganiseerd. Projecten waarbij musici uit verschillende werelden met elkaar samenspelen. Musici die klassiek opgeleid zijn (hierna te noemen ‘klassieke musici’)spelen samen met musici uit de jazz- en popwereld (hierna te noemen ‘lichte musici’). Wanneer men voor het eerst in een dergelijke samenstelling musiceert, zal men merken dat er vooral op het gebied van timing nogal wat verschillen zijn.

Hoe maak je als dirigent een cross-over project tot een succes?

Het is belangrijk om je te realiseren dat klassieke musici en lichte musici een fundamenteel andere benadering hebben van muziek. Dit komt vooral tot uiting in de manier waarop er getimed wordt. Gechargeerd gezegd werkt het als volgt: klassieke musici beleven de muziek vaker horizontaal, terwijl lichte musici eerder geneigd zijn om verticaal te denken.

Lichte musici spelen vrijwel altijd met een ritmesectie. Ze zijn gewend om alles op de drums en bas te spelen. Een ensemble klinkt goed als alle musici dezelfde groove voelen.  Wanneer deze groove eenmaal staat, valt er niet meer aan te tornen. Het is voor een dirigent dus zeer belangrijk om vooraf, samen met de drummer, het juiste tempo te voelen. Als de zaak eenmaal loopt, is het te laat om nog iets te veranderen. Een groove die steeds van tempo wisselt zorgt voor onrust en doet afbreuk aan een strakke uitvoering.

Klassieke musici zijn veel meer gewend om vanuit de melodie en frasering te spelen. Een klassiek tempo is dan ook veel minder in beton gegoten. Frases hebben de ruimte nodig om te ademen. Ook belangrijke, harmonische momenten kunnen met extra gewicht neergezet worden. Deze beweging is niet alleen mogelijk, maar ook cruciaal voor een natuurlijk verloop van het muziekstuk. Een klassiek stuk dat van begin tot eind in hetzelfde tempo gespeeld wordt zal vaak zielloos overkomen op de luisteraar. De klassieke musicus heeft een natuurlijke hang naar frasering.

Wanneer klassieke en lichte musici samen onder leiding van een dirigent moeten spelen, is het altijd even zoeken naar de juiste timing. Lichte musici zullen van nature direct op de slag spelen: omdat zij gewend zijn om op een drummer te spelen, reageren ze heel direct. Klassieke musici zijn veel meer gewend om in de slag te spelen: zij ademen samen en dientengevolge zit er meer ruimte tussen de slag en het moment van spelen.

Wanneer lichte musici klassieke muziek spelen zullen zij zich verbazen over deze late timing. Vaak spelen zij in eerste instantie te vroeg in de ogen van de dirigent en de klassieke musici. Het bijzondere is dat wanneer je het omdraait, hetzelfde gebeurt. Klassieke musici die voor het eerst met een ritmesectie spelen, timen vaak te vroeg en spelen te gehaast. Ze zijn zo gefocust op het bijhouden van de ritmesectie, dat ze overcompenseren. Het meest duidelijke voorbeeld hiervan is de klassieke slagwerker die shaker moet spelen met een ritmesectie. Hij heeft de macht om in zijn eentje de gehele ritmesectie te ontwrichten. De situatie is dus als volgt: Lichte musici timen in klassieke muziek over het algemeen te vroeg, terwijl klassieke musici in lichte muziek op de zaken vooruit lopen.

Wanneer men zich hiervan bewust is, dient de oplossing zich aan. Lichte musici zullen moeten wennen aan de adem die in klassieke muziek zit, door meer horizontaal te denken en mee te ademen met dirigent en collegae. Klassieke musici moeten juist meer durven zitten in een groove; minder focus op de dirigent en met een scherp oor voor de ritmesectie. Dit vergt oefening en is alleen aan te leren door het maken van vele kilometers.

Een ensemble dat de afwisseling tussen deze verschillende manieren van timing tot een kunst heeft verheven, is de strijkersgroep van het Metropole Orkest. Wanneer zij met de ritmesectie spelen is de timing zeer direct en accuraat in de groove. Zodra drums en bas echter wegvallen, zal de timing radicaal veranderen naar de klassieke methode. Dit kan soms in hetzelfde stuk meerdere malen wisselen. Wanneer een dirigent zich hiervan bewust is, kan hij met dit gegeven spelen. Dat is een zeer bijzondere ervaring.

Waar zitten nu de valkuilen voor een dirigent? 

De grootste hoofdzonde voor een dirigent die lichte muziek dirigeert is: tegen de ritmesectie in slaan. Zoals eerder is gezegd is het onmogelijk om aan een tempo te tornen als de groove eenmaal staat. Doe dit dan ook niet. Het heeft een averechts effect, creëert onrust in de muziek en wekt irritatie op bij de musici.

Omdat klassieke dirigenten eraan gewend zijn dat orkesten achter de slag timen, zullen zij geneigd zijn om voor de ritmesectie uit te dirigeren. Trap hier niet in! Het zaait alleen maar verwarring. Het is van belang dat dirigent en drummer een team vormen. Samen zetten zij het tempo neer en houden dit vast . De slag van de dirigent loopt dan precies gelijk met de drums en andersom.

Voor dirigenten uit de lichte muziek vormt het klassieke rubato een grote uitdaging. Bij versnellingen en vertragingen is het belangrijk om uit te gaan van de adem van de muziek. Klassieke muziek leunt veel meer op de dirigent. Je hebt geen drummer om op terug te vallen en je moet als dirigent dus aanvoelen wanneer je initiatief moet nemen en wanneer je de musici zelf moet laten spelen. Lichte musici hebben vaak de neiging om klassieke muziek te passief te dirigeren. Het is van belang om de juiste impuls te geven op het juiste moment, zodat de muziek blijft stromen.

Uiteindelijk zijn alle verschillen op te lossen door uit te gaan van de muziek. Het is de taak van de dirigent om de impuls te geven die nodig is. Dit betekent dat soms een enkele vingerbeweging voldoende is en dat men soms obsessief met de armen zal zwaaien. Als je uitgaat van de muziek en dat vertaalt in communicatie, kan er weinig misgaan.

Contact

Via dit formulier kunt u vrijblijvend contact met me opnemen.

Naam
Email
Bericht

Bedankt! Uw bericht is verzonden.
Fout! Controleer of u alle verplichte velden heeft ingevuld.